Triggerpoints als oorzaak van lage rugpijn

Welke spieren kunnen rugpijn veroorzaken?

In ongeveer 90% van de gevallen van lage rugpijn is er geen specifieke oorzaak aan te duiden. Bij een specifieke oorzaak kan men denken aan een hernia of wervelfracturen. Lage rugpijn waarbij er geen duidelijk aanwijsbare oorzaak is, wordt aspecifieke lage rugpijn genoemd. Er zijn verschillende therapievormen die door fysiotherapeuten ingezet worden om deze aspecifieke lage rugpijn te verhelpen. Een therapievorm die steeds meer gebruikt wordt, is triggerpointtherapie. Triggerpoints in de lage rug, heup- en bilregio zijn vaak de oorzaak van lage rugpijn. Er zijn een aantal specifieke spieren waarin zich triggerpoints kunnen bevinden die de pijn in de lage rug veroorzaken. Hieronder kunt u lezen welke spieren dat zijn.

1. De vierkante lendenspier (M. Quadratus Lumborum)

triggerpoints-quadratus-lumborum

Anatomie
Deze spier ligt diep gelegen in de lage rug regio en is een relatief kleine spier. De spier bevindt zich zowel aan de linkerzijde als aan de rechterzijde van het lichaam. De vierkante lendenspieren ontspringen aan de twaalfde rib en de eerste tot en met vierde lendenwervel en hechten aan de bekkenrand aan.

Functie van de spier
Wanneer je maar één van de twee vierkante lendenspieren aanspant, buigt je romp naar diezelfde zijde. Wanneer je beide vierkante lendenspieren aanspant, trekken deze het lichaam naar beneden en ondersteunen ze het uitademen. Ook zorgt deze aanspanning ervoor dat de twaalfde rib gestabiliseerd wordt. Daarnaast zijn deze twee spieren erg belangrijk voor een optimale rompstabiliteit.

Oorzaken van triggerpoints in deze spier
De vierkante lendenspier kan triggerpoints ontwikkelen door verschillende oorzaken. Voorbeelden hiervan zijn herhaaldelijk vooroverbuigen met de romp in combinatie met een draaiing van de romp, een beenlengteverschil of zwaar tillen.

Gevolgen van triggerpoints in deze spier
Wanneer er triggerpoints in de vierkante lendenspier voorkomen, kan dit een hevige, diepe pijn geven in de lage rug regio, maar ook in de heup- en bilregio. Bewegen kan ervoor zorgen dat de pijn scherper wordt en meer stekend van aard. Daarnaast kan men een vermoeid gevoel ervaren in de lage rug, omdat de rompstabiliteit niet optimaal gewaarborgd kan blijven. Men krijgt de neiging om bij vermoeidheid de lage rug te ondersteunen door de handen in de zij te plaatsen. Wanneer er triggerpoints in één van de twee vierkante lendenspieren voorkomen, loopt de andere vierkante lendenspier ook een verhoogd risico om triggerpoints te ontwikkelen, omdat deze spier de functie van de andere spier moet overnemen en snel overbelast zal raken.


2. De middelste bilspier (M. Gluteus medius)

triggerpoints-gluteus-medius

Triggerpoints in de vierkante lendenspier gaan vaak samen met triggerpoints in de middelste bilspier.
Pijn in de lage rug kan dus ook voortkomen uit triggerpoints in de middelste bilspier.

Anatomie
De middelste bilspier loopt zowel aan de linkerzijde als aan de rechterzijde van het lichaam van het darmbeen van het bekken naar de grote knobbel aan het uiteinde van het dijbeen.

Functie van deze spier
De middelste bilspieren stabiliseren het bekken en zorgen er met name voor dat je de benen zijwaarts kan bewegen. Ook kan men met behulp van deze spieren de heupen naar binnen draaien.

Oorzaken van triggerpoints in deze spier
De middelste bilspier kan triggerpoints ontwikkelen door veel voorovergebogen te werken. Wanneer deze voorovergebogen houding gecombineerd wordt met een houding waarbij het lichaamsgewicht grotendeels op één been rust, is er nog meer risico op triggerpoints in deze spier.

Gevolgen van triggerpoints in deze spier
Triggerpoints in de middelste bilspier kunnen zich op drie verschillende plekken in het bovenste gedeelte van de spier bevinden en kunnen uitstralende pijn geven laag in de onderrug.

Wanneer men al langer bestaande lage rugpijn heeft, kunnen er naast triggerpoints in de vierkante lendenspieren en middelste bilspieren ook triggerpoints voorkomen in de M. Piriformis en de heup-lendenspier.


3. De peervormige spier (M. Piriformis)

triggerpoints-piriformis

Anatomie
Deze spier is een smalle, dikke spier die onder de bilspieren ligt. Hij ontspringt aan het heiligbeen en hecht aan de grote knobbel aan het uiteinde van het dijbeen aan.

Functie van deze spier
De voornaamste functie van deze spier is het naar buiten draaien van de heup.

Oorzaken van triggerpoints in deze spier
Een triggerpoint in de vierkante lendenspier kan uitstralende pijn geven in de peervormige spier en er op die manier voor zorgen dat ook in deze spier triggerpoints gevormd worden. Daarnaast kunnen triggerpoints ook primair in de peervormige spier ontstaan door het zijwaarts draaien en tegelijkertijd buigen van de romp, tillen, rennen of door een misstap.

Gevolgen van triggerpoints in deze spier
Deze triggerpoints kunnen uitstralende pijn geven in de lage rug, heupregio en bilregio.


4. De heup-lendenspieren (M. Iliopsoas)

\

triggerpoints-iliopsoas

Anatomie
De M. Iliopsoas bestaat uit twee spiergroepen: M. Iliacus en M. Psoas major. Deze heup-lendenspieren lopen aan de voorkant van het heupgewricht.

Functie van deze spier
Ze hebben als belangrijkste functie het buigen en naar buiten draaien van de heup.

Oorzaken van triggerpoints in deze spier
Men kan triggerpoints in de heup-lendenspieren ontwikkelen door lang in een voorovergebogen houding te zitten waarbij de heup ver gebogen is of door bijvoorbeeld door het uitvoeren van buikspieroefeningen. Daarnaast kunnen triggerpoints in de vierkante lendenspieren ervoor zorgen dat de functie van de vierkante lendenspieren afneemt waardoor de heup-lendenspieren deze functie over moeten nemen. Zij kunnen daardoor overbelast worden met het risico op triggerpoints.

Gevolgen van triggerpoints in deze spier
Triggerpoints in deze spier kunnen een verticale, uitstralende pijn geven rondom het heiligbeen en in de lage rug regio. Het strekken van de heup verergert de uitstralende pijn. Daarom staat men vaak licht voorovergebogen om de heup-lendenspieren te ontlasten.

Er zijn dus verschillende spieren in de lage rug, bil- en heupregio die door de vorming van triggerpoints lage rugklachten kunnen veroorzaken. Triggerpointtherapie (dry needling therapie) kan helpen om van de lage rugpijn af te komen. Lees meer over 'acute lage rugpijn'.

Bronnen: Staal, J.B. et al. (2013). KNGF Praktijkrichtlijn Lage Rugpijn. Amersfoort: Drukkerij de Gans.

Plaats een reactie

U plaatst een reactie als gast